1 Chronicles 17:16 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen ging koning David de tent binnen. Hij knielde voor de Heer neer en zei: "Heer, U heeft zóveel voor mij gedaan! Mijn familie en ik hebben dat helemaal niet verdiend!
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen ging koning David de heilige tent binnen en nam plaats voor het aangezicht van de HEERE. Hij zei: Wie ben ik, HEERE God, en wat is mijn huis dat U mij tot hiertoe gebracht hebt?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen ging koning David naar binnen, zette zich neder voor het aangezicht des HEREN en zeide: Wie ben ik, HERE God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
ging koning David heen, zette zich voor Jahweh neer en sprak: Wie ben ik, Jahweh, o God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe hebt gebracht!
Dutch 2007 (HTB)
Toen ging koning David naar binnen, ging voor de HERE zitten en zei: "Wie ben ik, o HERE God en wat is mijn familie, dat U mij dit alles hebt gegeven?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen ging koning David [het heiligdom] binnen, nam plaats in de tegenwoordigheid van de Heer*** en zei: "Wie ben ik, Heer*** God, en wat is mijn familie, dat U mij zo ver gebracht hebt?
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen ging koning David naar binnen. Hij zette zich neer voor het aangezicht van de HEERE en zei: “Wie ben ik, HEERE GOD, en wat is mijn huis dat U mij zover hebt gebracht?
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen ging koning David naar binnen, ging voor de Here zitten en zei: ‘Wie ben ik, o Here God en wat is mijn familie, dat U mij dit alles hebt gegeven?
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen kwam de koning David in, en bleef voor het aangezicht des HEEREN, en hij zeide: Wie ben ik, HEERE God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen kwam de koning David in, en bleef voor het aangezicht des HEEREN, en hij zeide: Wie ben ik, HEERE God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?