1 Chronicles 21:13 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
David antwoordde: "Dit is allemaal even verschrikkelijk! Maar omdat God goed is, is het beter om in de handen van God te vallen, dan in de handen van mensen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei David tegen Gad: Het benauwt mij zeer. Laat mij toch in de hand van de HEERE vallen, want Zijn barmhartigheid is zeer groot. Laat mij echter niet in de hand van mensen vallen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide David tot Gad: Het is mij zeer bang te moede; laat mij toch vallen in de hand des HEREN, want zijn barmhartigheid is zeer groot; maar laat mij niet vallen in de hand van mensen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen zeide David tot Gad: Ik weet geen raad; maar ik wil toch liever vallen in de hand van Jahweh, wiens barmhartigheid groot is, dan in de hand van mensen!
Dutch 2007 (HTB)
"Dit is een vreselijk moeilijke beslissing", vond David, "maar ik val liever in handen van de HERE dan in de macht van mensen, want Gods genade is erg groot."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
David antwoordde: "Ik zit in het nauw! Maar omdat de Heer*** zeer barmhartig is, is het beter om overgeleverd te worden aan de Heer***; maar lever mij niet over aan mensen!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei David tegen Gad: “Het benauwt mij heel erg. Laat mij toch in handen van de HEERE vallen, want zijn barmhartigheden zijn zeer talrijk, maar laat mij niet in hand en van mens en vallen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Dit is een vreselijk moeilijke beslissing,’ vond David, ‘maar ik val liever in handen van de Here dan in de macht van mensen, want Gods genade is erg groot.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide David tot Gad: Mij is zeer bange; laat mij toch in de hand des HEEREN vallen; want Zijn barmhartigheden zijn zeer vele, maar laat mij in de hand der mensen niet vallen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide David tot Gad: Mij is zeer bange; laat mij toch in de hand des HEEREN vallen; want Zijn barmhartigheden zijn zeer vele, maar laat mij in de hand der mensen niet vallen.