1 Chronicles 21:17 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En David riep tot God: "Het was míjn bevel om het volk te tellen. Ík heb verkeerd gedaan. Maar deze arme schapen, wat hebben zíj gedaan? Straf alstublieft alleen mij en mijn familie! Maar laat uw volk met rust en straf hen niet!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
David zei tegen God: Ben ik het niet die gezegd heb dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en volstrekt kwalijk gehandeld heb, maar deze schapen, wat hebben zij gedaan? HEERE, mijn God, laat Uw hand toch tegen mij en tegen mijn familie zijn, maar niet als een plaag tegen Uw volk.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hierna zeide David tot God: Was ik het niet, die bevel gaf het volk te tellen? Ja, ik ben het, die gezondigd en zeer verkeerd gehandeld heb; maar deze schapen – wat hebben zij gedaan? HERE, mijn God, laat uw hand gericht zijn tegen mij en mijn familie, maar niet tegen uw volk, om het te slaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
en riep tot God: Ik heb bevel gegeven, een volkstelling te houden; ik heb gezondigd, ik deed verkeerd; maar wat hebben deze schapen voor schuld? Jahweh mijn God, keer liever uw hand tegen mij en tegen het huis van mijn vader; laat het geen ramp worden voor uw volk!
Dutch 2007 (HTB)
David zei tegen de HERE: "Ik ben degene die heeft gezondigd door het bevel voor die volkstelling te geven. Maar wat hebben deze schapen misdaan? O HERE, mijn God, vernietig mij en mijn familie, maar vernietig Uw volk niet!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
en David riep het uit tot God: "Ik ben het toch die bevel gaf het volk te tellen? Alleen ik heb gezondigd en heb een grote misstap begaan, maar deze schapen, wat hebben zij gedaan? Mijn Heer*** God, keer U alstublieft alleen tegen mij en mijn familie, maar straf niet uw volk!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
En David zei tegen GOD: “Ben ik het niet die gezegd heeft dat men het volk moest tellen? Ja, ik zelf ben het die gezondigd en erg slecht gehandeld heeft, maar wat hebben deze schapen gedaan? O HEERE, mijn GOD, laat uw hand toch tegen mij en tegen het huis van mijn vader zijn, maar niet als een plaag tegen uw volk.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
David zei tegen de Here: ‘Ik ben degene die heeft gezondigd door het bevel voor die volkstelling te geven. Maar wat hebben deze schapen misdaan? O Here, mijn God, straf mij en mijn familie, maar tref uw volk niet!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En David zeide tot God: Ben ik het niet, die gezegd heb, dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en zeer kwalijk gehandeld heb; maar deze schapen, wat hebben die gedaan? O HEERE, mijn God, dat toch Uw hand tegen mij, en tegen het huis mijns vaders zij, maar niet tegen Uw volk ter plage.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En David zeide tot God: Ben ik het niet, die gezegd heb, dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en zeer kwalijk gehandeld heb; maar deze schapen, wat hebben die gedaan? O HEERE, mijn God, dat toch Uw hand tegen mij, en tegen het huis mijns vaders zij, maar niet tegen Uw volk ter plage.