1 Chronicles 22:7 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei: "Mijn zoon, ik was zelf van plan om voor mijn Heer God een tempel te bouwen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
David zei tegen Salomo: Mijn zoon, ik zelf had het voornemen om voor de Naam van de HEERE, mijn God, een huis te bouwen,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
en David zeide tot Salomo: Mijn zoon, ik zelf had het voornemen een huis te bouwen voor de naam van de HERE, mijn God,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En David zeide tot Salomon: Mijn zoon, ik ben zelf van plan geweest, een tempel te bouwen voor de Naam van Jahweh, mijn God.
Dutch 2007 (HTB)
"Ik had het graag zelf willen doen", vertelde David hem,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
David zei tegen Salomo: "Mijn zoon, in mijn hart was het plan opgekomen om voor de naam van mijn Heer*** God een huis te bouwen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
David zei tegen Salomo: “Mijn zoon, wat mij aangaat, ik had het op mijn hart om een Huis te bouwen voor de Naam van de HEERE, mijn GOD.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Ik had graag zelf een huis willen bouwen ter ere van de Here, mijn God,’ vertelde David hem,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En David zeide tot Sálomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En David zeide tot Salomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen;