1 Chronicles 24:1 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De priesters (dus de Levieten uit de familie van Aäron) waren ook in groepen ingedeeld. De zonen van Aäron waren: Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Wat de nakomelingen van Aäron betreft, waren dit hun afdelingen. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De afdelingen der zonen van Aäron. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ook de zonen van Aäron werden in groepen ingedeeld. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihoe, Elazar en Itamar.
Dutch 2007 (HTB)
Ook de priesters, de nakomelingen van Aäron, waren onderverdeeld in twee groepen, die de namen droegen van de zonen van Aäron: Eleazar en Ithamar. Nadab en Abihu waren ook zonen van Aäron, maar zij stierven eerder dan hun vader en hadden geen kinderen; zo bleven alleen Eleazar en Ithamar over voor de bediening van het priesterambt.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De nakomelingen van Aäron waren als volgt ingedeeld. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De afdelingen voor de zonen van Aäron. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ook de priesters, de nakomelingen van Aäron, waren onderverdeeld in twee groepen, die de namen droegen van de zonen van Aäron: Eleazar en Itamar. Nadab en Abihu waren ook zonen van Aäron, maar zij stierven eerder dan hun vader en hadden geen kinderen, zo bleven alleen Eleazar en Itamar over voor de bediening van het priesterambt.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Aangaande nu de kinderen van Aäron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aäron waren Nadab, en Abíhu, Eleázar en Ithamar.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Aangaande nu de kinderen van Aaron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aaron waren Nadab, en Abihu, Eleazar en Ithamar.