1 Kings 13:14 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En hij ging op zijn ezel de profeet achterna. Hij haalde hem in. Hij zag hem onder een eikenboom, waar hij zat uit te rusten. Hij vroeg hem: "Ben jij de profeet die uit Juda is gekomen?" Hij antwoordde: "Ja."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij ging de man Gods achterna, en trof hem aan, zittend onder een eik. Hij zei tegen hem: Bent u de man Gods die uit Juda gekomen is? En hij zei: Dat ben ik.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
ging de man Gods achterna, en trof hem aan, zittende onder een terebint, en hij vroeg hem: Zijt gij de man Gods, die uit Juda gekomen is? En hij antwoordde: Ja.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
ging den godsman achterna, en trof hem onder een terebint gezeten. Hij sprak tot hem: Zijt gij de godsman uit Juda? Hij antwoordde: Ja.
Dutch 2007 (HTB)
reed hij de profeet achterna en vond hem zittend onder een eik. "Bent u die profeet uit Juda?" vroeg hij hem. "Ja, dat ben ik inderdaad", antwoordde deze.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze zadelden de ezel voor hem en hij reed weg, de godsman achterna. Hij trof hem aan onder een eik, waar de godsman zat te rusten. Hij vroeg hem: "Ben jij de godsman die uit Juda gekomen is?" Hij antwoordde: "Ja, die ben ik."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij ging achter de man van GOD aan en trof hem aan, terwijl hij onder een terpentijnboom zat. Hij zei tegen hem: “Ben jij de man van GOD die uit Juda gekomen is?” Hij zei: “Ik ben het!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
reed hij de profeet achterna en vond hem zittend onder een eik. ‘Bent u die profeet uit Juda?’ vroeg hij hem. ‘Ja, dat ben ik inderdaad,’ antwoordde deze.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij toog den man Gods na, en vond hem zittende onder een eik; en hij zeide tot hem: Zijt gij de man Gods, die uit Juda gekomen zijt? En hij zeide: Ik ben het.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij toog den man Gods na, en vond hem zittende onder een eik; en hij zeide tot hem: Zijt gij de man Gods, die uit Juda gekomen zijt? En hij zeide: Ik ben het.