1 Kings 13:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar de profeet zei tegen de koning: "Al gaf u mij de helft van alles wat u heeft, toch zou ik niet met u meegaan. Ik zal hier niets eten of drinken.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar de man Gods zei tegen de koning: Al gaf u mij de helft van uw huis, ik zou niet met u meegaan, en ik zou in deze plaats geen brood eten of water drinken.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Doch de man Gods zeide tot de koning: Al gaaft gij mij de helft van uw huis, ik zou niet met u binnengaan, noch brood eten, noch water drinken aan deze plaats,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar de godsman gaf den koning ten antwoord: Al geeft gij mij de helft van uw vermogen, ik ga niet met u mee naar binnen; ik eet hier geen brood en drink hier geen water.
Dutch 2007 (HTB)
Maar de profeet antwoordde: "Ook al gaf u mij uw halve paleis, dan nog zou ik er niet naar binnen gaan: ik zou hier zelfs nog geen brood eten of water drinken.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar de godsman zei tegen de koning: "Al gaf u mij de helft van al uw bezit, dan nog zou ik niet met u meegaan. Ik zal hier niets eten of drinken,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar de man van GOD zei tegen de koning: “Al gaf u mij de helft van uw huis, ik zal niet met u meegaan en ik zal in deze plaats geen brood eten en geen water drinken.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar de profeet antwoordde: ‘Ook al gaf u mij uw halve paleis, dan nog zou ik er niet naar binnen gaan: ik zou hier zelfs nog geen brood eten of water drinken.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar de man Gods zeide tot den koning: Al gaaft gij mij de helft van uw huis, zo zou ik niet met u gaan, en ik zou in deze plaats geen brood eten, noch water drinken.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar de man Gods zeide tot den koning: Al gaaft gij mij de helft van uw huis, zo zou ik niet met u gaan, en ik zou in deze plaats geen brood eten, noch water drinken.