1 Kings 16:26 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij aanbad afgoden, net als koning Jerobeam, de zoon van Nebat. Door hem werd heel het koninkrijk Israël ongehoorzaam aan God. Ze maakten God kwaad met hun godenbeelden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij wandelde in heel de weg van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in zijn zonde, waarmee hij Israël had doen zondigen om de HEERE, de God van Israël, tot toorn te verwekken met hun nietige afgoden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hij wandelde in al de wegen van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in de zonde die deze Israël had doen bedrijven, zodat zij de HERE, de God van Israël, krenkten met hun ijdelheden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij volgde het wangedrag van Jeroboam, den zoon van Nebat, en bedreef de zonde, waartoe deze Israël had verleid, om Jahweh, den God van Israël, met hun waangoden te tergen.
Dutch 2007 (HTB)
hij zondigde op dezelfde vreselijke manier als Jerobeam en liet het volk op diezelfde manier zondigen. Daarom was God toornig.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij bewandelde alle wegen van Jerobeam, de zoon van Nebat, en bedreef dezelfde zonde waarmee Jerobeam Israël tot zonde had aangezet, zodat zij de toorn van de Heer*** opwekten met hun machteloze afgoden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij wandelde op iedere weg van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in de zonde, waarmee deze Israël had doen zondigen door de HEERE, de GOD van Israël, te krenken met hun vergankelijke afgoden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
hij zondigde op dezelfde vreselijke manier als Jerobeam en liet het volk op diezelfde manier zondigen. Daarom was God toornig.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij wandelde in alle wegen van Jeróbeam, den zoon van Nebat, en in zijn zonde, waarmede hij Israël had doen zondigen, verwekkende den HEERE, den God Israëls, tot toorn, door hun ijdelheden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, den zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmede hij Israel had doen zondigen, verwekkende den HEERE, den God Israels, tot toorn, door hun ijdelheden.