1 Kings 17:18 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De vrouw zei tegen Elia: "Hoe zit dat nu met jou, profeet? Je bent zeker bij mij in huis komen wonen met de bedoeling dat God zich zou herinneren wat ik allemaal verkeerd heb gedaan. En nu heeft Hij voor straf mijn zoon gedood."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei zij tegen Elia: Hoe heb ik het nu met u, man Gods? Bent u bij mij gekomen om mijn ongerechtigheid in herinnering te brengen en om mijn zoon te doen sterven?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide zij tot Elia: Hoe heb ik het met u, man Gods? Gij hebt bij mij intrek genomen om mijn ongerechtigheid in herinnering te brengen, en te maken, dat mijn zoon sterft.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Man Gods, hoe heb ik het nu met u? Zijt ge hier gekomen, om mij voor mijn schuld te doen boeten, en mijn zoon te doen sterven?
Dutch 2007 (HTB)
"Ach man van God", huilde de vrouw, "wat hebt u mij aangedaan? Bent u hier gekomen om mij te straffen voor mijn zonden, door mijn zoon te laten sterven?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De vrouw zei tegen Elia: "Wat moet u van mij, godsman? Bent u bij mij in huis komen wonen om [God] mijn zonden in herinnering te brengen en mijn zoon te doden?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zei tegen Elia: “Wat is er tussen jou en mij, jij man van GOD? Ben je bij mij gekomen om mijn ongerechtigheid in herinnering te brengen en om mijn zoon te doden?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Man van God,’ zei de vrouw, ‘wat hebt u mij aangedaan? Bent u hier gekomen om mij te straffen voor mijn zonden, door mijn zoon te laten sterven?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij zeide tot Elía: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?