1 Kings 2:14 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij antwoordde: "Ja, ik wil iets met u bespreken." Ze zei: "Zeg het."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarna zei hij: Ik heb een vraag aan u. Zij zei: Spreek.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Voorts zeide hij: Ik heb iets met u te bespreken. En zij zeide: Spreek.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En hij vervolgde: Ik zou u wel eens willen spreken. Ze zeide: Spreek.
Dutch 2007 (HTB)
"Ik heb u iets te vertellen." "Vertel het maar", zei zij.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij antwoordde: "Ja, ik kom in vrede. Ik wil u iets vragen." Ze zei: "Zeg het."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij zei: “Ik wil iets met u bespreken.” Zij zei: “Spreek!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Ik heb u iets te vertellen.’ ‘Vertel het maar,’ zei zij.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.