1 Kings 2:20 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze zei: "Ik wil een kleinigheid van je vragen. Ik hoop dat je het wil doen." De koning zei tegen haar: "Vraag het maar, moeder, ik zal doen wat u vraagt."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei zij: Ik wil je één klein verzoek doen. Wijs mij niet af. De koning zei tegen haar: Vraag maar, mijn moeder, want ik zal u niet afwijzen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En zij zeide: Ik wil u een klein verzoek doen, wijs mij niet af. En de koning zeide tot haar: Vraag, moeder, want ik zal u niet afwijzen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sprak zij: Ik heb u een klein verzoek te doen; wijs me niet af. De koning antwoordde: Vraag maar moeder, want u weiger ik niets.
Dutch 2007 (HTB)
"Ik heb u slechts een klein verzoek te doen", begon zij, "en ik hoop dat u mij niet zult teleurstellen." "Wat is het, moeder?" vroeg hij. "U weet dat ik u niets kan weigeren."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
en zei: "Ik wil een kleinigheid van je vragen en ik hoop dat je mij terwille zult zijn." De koning zei tegen haar: "Vraag het maar, moeder, ik zal u terwille zijn."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei zij: “Ik wil je alleen maar één klein verzoek doen. Wijs mij niet af.” De koning zei tegen haar: “Vraag toch, mijn moeder, want ik zal je niet afwijzen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Ik heb u slechts een klein verzoek te doen,’ begon zij, ‘en ik hoop dat u mij niet zult teleurstellen.’ ‘Wat is het, moeder?’ vroeg hij. ‘U weet dat ik u niets kan weigeren.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.