1 Kings 2:39 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar na drie jaar liepen twee slaven van Simeï weg naar Achis, de zoon van Maächa, de koning van Gat. Simeï kreeg het bericht dat zijn slaven in Gat waren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar na verloop van drie jaar gebeurde het dat twee slaven van Simeï wegliepen, naar Achis, de zoon van Maächa, de koning van Gath. En men vertelde Simeï: Zie, uw slaven zijn in Gath.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Na verloop van drie jaren liepen twee slaven van Simi weg naar Akis, de zoon van Maäka, de koning van Gat, en men deelde Simi mee: Zie, uw slaven zijn te Gat.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar na verloop van drie jaar vluchtten eens twee slaven van Sjimi naar Akisj, den zoon van Maäka, den koning van Gat. Toen Sjimi het bericht ontving, dat zijn slaven zich in Gat bevonden,
Dutch 2007 (HTB)
Drie jaar later ontsnapten echter twee van Simeï's slaven naar koning Achis van Gath. Toen Simeï hoorde waar zij waren,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar na verloop van drie jaar liepen twee slaven van Simeï weg naar Achis, de zoon van Maächa, de koning van Gat. Men liet Simeï weten: "Uw slaven zijn in Gat."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar na verloop van drie jaar, liepen twee dienaren van Simeï weg naar Achis, de zoon van Maächa, de koning van Gath. Men deelde het aan Simeï mee en zei: “Zie, je dienaren zijn in Gath.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Drie jaar later ontsnapten echter twee van Simiʼs slaven naar koning Achis van Gath. Toen Simi hoorde waar zij waren,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simeï wegliepen tot Achis, den zoon van Máächa, den koning van Gath; en men gaf het Simeï te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.