1 Kings 20:15 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen verzamelde koning Achab de jonge mannen van de bestuurders van de verschillende gebieden. Het waren 232 jonge mannen. Daarna verzamelde hij zijn hele leger. Dat waren 7000 mannen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen monsterde hij de jonge mannen van de hoofden van de gewesten: het waren er tweehonderdtweeëndertig. Na hen monsterde hij al het volk, alle Israëlieten: zevenduizend.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarop monsterde Achab de jonge mannen van de vorsten der gewesten; het waren er tweehonderd tweeëndertig. En na hen monsterde hij het gehele volk, al de Israëlieten, zevenduizend.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu monsterde hij de manschappen van de landvoogden; er waren er tweehonderd twee en dertig. Daarna monsterde hij heel het volk; in het geheel zeven duizend Israëlieten.
Dutch 2007 (HTB)
Daarop liet Achab zijn mannen tellen. De troepen uit de provincies waren 232 man in totaal en de rest van zijn leger omvatte 7000 man.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen monsterde hij de manschappen van de landvoogden: 232 man. Daarna monsterde hij het hele leger van Israël: 7.000 man.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen monsterde hij de manschappen van de vorsten van de rijksgebieden. Het waren er tweehonderdtweeëndertig. Na hen monsterde hij heel het volk, alle zonen van Israël, zevenduizend man.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarop liet Achab zijn mannen tellen. De troepen uit de provincies waren tweehonderdtweeëndertig man in totaal en de rest van zijn leger omvatte zevenduizend man.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen telde hij de jongens van de oversten der landschappen, en zij waren tweehonderd twee en dertig; en na hen telde hij al het volk, al de kinderen Israëls, zeven duizend.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen telde hij de jongens van de oversten der landschappen, en zij waren tweehonderd twee en dertig; en na hen telde hij al het volk, al de kinderen Israels, zeven duizend.