1 Kings 21:26 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Het was heel vreselijk hoe hij de afgoden diende. Hij diende hen op dezelfde manier als de Amorieten hadden gedaan die door de Heer voor de Israëlieten uit het land waren weggejaagd.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij handelde zeer gruwelijk door achter de stinkgoden aan te gaan, overeenkomstig alles wat de Amorieten hadden gedaan, die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ja, hij heeft zeer gruwelijk gehandeld door de afgoden achterna te lopen, geheel zoals de Amorieten gedaan hebben, die de HERE voor het aangezicht van Israël verdreven heeft.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
schandelijk heeft hij zich gedragen door waangoden te dienen, juist zoals de Amorieten deden, die Jahweh voor Israël heeft verjaagd.
Dutch 2007 (HTB)
Hij was vooral schuldig omdat hij, net als de Amorieten, afgoden diende. En dat volk had de HERE nu juist het land uitgejaagd om ruimte te maken voor Zijn volk Israël.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij deed zeer gruwelijke dingen en ging achter walgelijke afgoden aan. Hij deed alles wat de Amorieten gedaan hadden, die God voor de Israëlieten uit hun land had verdreven.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij handelde buitengewoon gruwelijk door de stinkgoden achterna te lopen, precies zoals de Amorieten gedaan hadden, die de HEERE voor de ogen van de zonen van Israël uit het erfdeel verdreven had.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij was vooral schuldig omdat hij, net als de Amorieten, afgoden diende. En dat volk had de Here nu juist het land uitgejaagd om ruimte te maken voor zijn volk Israël.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij deed zeer gruwelijk, wandelende achter de drekgoden; naar alles, wat de Amorieten gedaan hadden, die God voor het aangezicht van de kinderen Israëls uit de bezitting verdreven had.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij deed zeer gruwelijk, wandelende achter de drekgoden; naar alles, wat de Amorieten gedaan hadden, die God voor het aangezicht van de kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.