1 Kings 21:7 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Izebel: "Ben jij nou de koning van Israël? Jij hebt toch zeker de macht? Sta op, eet en wees vrolijk. Ik zal er wel voor zorgen dat je de wijngaard van Nabot krijgt."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Izebel, zijn vrouw, tegen hem: Moet ú nu het koningschap over Israël uitoefenen? Sta op, neem voedsel tot u, laat uw hart vrolijk zijn, dan zal ík u de wijngaard van Naboth uit Jizreël, geven.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarop zeide zijn vrouw Izebel tot hem: Gij oefent nu eens koninklijke macht uit over Israël! Sta op en eet, laat uw hart vrolijk zijn; ik zal u de wijngaard van de Jizreëliet Nabot geven.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar zijn vrouw Izébel zeide tot hem: Gij zijt me ook een koning van Israël! Sta op en eet, en zit er maar niet over in; ik bezorg u de wijngaard van Nabot wel.
Dutch 2007 (HTB)
"Ben jij nu de koning van Israël of hoe zit dat?" wilde Izébel van hem weten. "Sta op, eet wat en maak je geen zorgen meer. Ik zal zorgen dat je Naboths wijngaard krijgt."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zei Izebel: "U bent toch de man die de heerschappij heeft in Israël? Sta op, geniet van uw eten, ik zal u de wijngaard van Nabot bezorgen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zijn vrouw Izebel zei tegen hem: “Ben jij nu koning over Israël? Sta op, eet wat brood en doe jezelf tegoed. Ik zal je de wijngaard van de Jizreëliet Naboth geven.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Ben jij nu de koning van Israël of hoe zit dat?’ wilde Izébel van hem weten. ‘Sta op, eet wat en maak je geen zorgen meer. Ik zal zorgen dat je Naboths wijngaard krijgt.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide Izébel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israël regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den wijngaard van Naboth, den Jizreëliet, geven.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide Izebel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israel regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, geven.