1 Kings 22:3 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De koning van Israël had tegen zijn dienaren gezegd: "Weten jullie wel dat Ramot in Gilead eigenlijk van ons is? En wij hebben niet eens geprobeerd om het terug te veroveren op de koning van Aram!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei de koning van Israël tegen zijn dienaren: Weet u dat Ramoth in Gilead van ons is? En wij doen niets om het uit de hand van de koning van Syrië terug te nemen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de koning van Israël zeide tot zijn dienaren: Weet gij wel, dat Ramot in Gilead aan ons behoort? En wij zijn nalatig om het uit de macht van de koning van Aram terug te nemen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
sprak de koning van Israël tot zijn hof: Weet gij wel, dat Rama in Gilad van ons is? En wij blijven maar rustig zitten, in plaats van het den koning van Aram te ontnemen.
Dutch 2007 (HTB)
zei Achab tegen zijn hovelingen: "Beseft u wel dat de Syriërs nog steeds onze stad Ramoth in Gilead bezet houden? En wij zitten hier stil zonder er iets aan te doen!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De koning van Israël zei tegen zijn dienaren: "Weten jullie wel dat Ramot in Gilead eigenlijk van ons is? En we hebben niets ondernomen om het op de koning van Aram te heroveren!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
zei de koning van Israël tegen zijn dienaren: “Weten jullie dat Ramoth in Gilead van ons is? Moeten wij maar steeds blijven wachten om het uit de hand van de koning van Aram terug te nemen?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
zei Achab tegen zijn hovelingen: ‘Beseft u wel dat de Syriërs nog steeds onze stad Ramot in Gilead bezet houden? En wij zitten hier stil zonder er iets aan te doen!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Dat de koning van Israël tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrië.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.