1 Kings 3:22 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar de andere vrouw zei: "Niet waar! Het levende kind is van mij en het dode kind is van jou." De eerste vrouw zei weer: "Niet waar! Het dode kind is van jou en het levende is van mij." Zo stonden ze daar voor de koning ruzie te maken.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei de andere vrouw: Niet waar, de levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon. De eerste zei daarentegen: Niet waar, de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Zo spraken zij ten overstaan van de koning.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Doch de andere vrouw zeide: Niet waar! de levende is mijn zoon en de dode is uw zoon. En deze zeide weer: Niet waar! de dode is uw zoon en de levende is mijn zoon. Zo krakeelden zij in tegenwoordigheid van de koning.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar de andere vrouw verzekerde: Niet waar; de levende is mijn zoon, en de dode is van u. De eerste echter hield vol: Neen, de dode is van u, en de levende is mijn zoon. En zo bleven ze voor den koning kijven.
Dutch 2007 (HTB)
De andere vrouw mengde zich in het gesprek en zei: "Het was haar zoon wel! Het levende kind is van mij." "Nee", zei de eerste vrouw, "het dode kind is van jou en het levende is van mij." En zo ruzieden zij maar door waar de koning bij was.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar de andere vrouw zei: "Niet waar! Het levende kind is van mij en het dode kind is van jou." De eerste vrouw zei weer: "Niet waar! Het dode kind is van jou en het levende is van mij." Zo stonden ze daar bij de koning te bekvechten.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Daarop zei de andere vrouw: “Niet waar, de levende is mijn zoon en de dode is jouw zoon!” De eerste daarentegen zei: “Nee! De dode is jouw zoon en de levende is mijn zoon!” Zo spraken zij tegenover de koning.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De andere vrouw mengde zich in het gesprek en zei: ‘Het was haar zoon wel! Het levende kind is van mij.’ ‘Nee,’ zei de eerste vrouw, ‘het dode kind is van jou en het levende is van mij.’ En zo ruzieden zij maar door waar de koning bij was.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide de andere vrouw: Neen, maar die levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon; gene daarentegen zeide: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Alzo spraken zij voor het aangezicht des konings.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide de andere vrouw: Neen, maar die levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon; gene daarentegen zeide: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Alzo spraken zij voor het aangezicht des konings.