1 Kings 3:28 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen de Israëlieten hoorden hoe de koning de rechtszaak van de twee vrouwen had opgelost, kregen ze diep ontzag voor hun koning. Want ze merkten dat Gods wijsheid in hem was.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen geheel Israël het oordeel vernam, dat de koning had uitgesproken, werden zij met ontzag voor de koning vervuld, want zij merkten, dat de wijsheid Gods in hem was om recht te doen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Heel Israël hoorde het vonnis, dat de koning geveld had, en had ontzag voor den koning; want men begreep, dat hij goddelijke wijsheid bezat, om recht te spreken.
Dutch 2007 (HTB)
Het nieuws over deze beslissing van de koning verspreidde zich al snel door het hele land en iedereen sprak met ontzag over de grote wijsheid, die God hem had gegeven om recht te kunnen spreken.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Heel Israël hoorde van dit oordeel van de koning en was vol ontzag voor hun koning, omdat hij Gods wijsheid had om recht te spreken.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat GODS wijsheid in hem was om recht te doen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Het nieuws over deze beslissing van de koning verspreidde zich al snel door het hele land en iedereen sprak met ontzag over de grote wijsheid die God hem had gegeven om recht te kunnen spreken.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En geheel Israël hoorde dat oordeel, dat de koning geoordeeld had, en vreesde voor het aangezicht des konings; want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En geheel Israel hoorde dat oordeel, dat de koning geoordeeld had, en vreesde voor het aangezicht des konings; want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.