1 Kings 3:7 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Mijn Heer God, U heeft mij koning gemaakt in de plaats van mijn vader David, ook al ben ik nog jong. Ik heb nog nooit een oorlog gevoerd.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Nu dan, HEERE, mijn God! Ú hebt Uw dienaar koning gemaakt in de plaats van mijn vader David. Ík ben echter een jonge man: ik weet niet uit of in te gaan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En nu, HERE, mijn God, Gij zelf hebt uw knecht in de plaats van mijn vader David koning gemaakt, hoewel ik een jonge man ben; ik weet niet uit te gaan of in te gaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar nu hebt Gij, Jahweh mijn God, uw dienaar in de plaats van mijn vader David tot koning gemaakt, ofschoon ik toch maar een jeugdige knaap ben, die nog niet weet, hoe hij handelen moet.
Dutch 2007 (HTB)
O HERE, mijn God, nu hebt U mij koning gemaakt als opvolger van mijn vader David, maar ik voel mij als een klein kind, dat niet goed weet wat te doen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Mijn Heer*** God, U hebt mij koning gemaakt, als opvolger van mijn vader David. Maar ik ben nog jong en onervaren in het leiderschap.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Nu dan, HEERE, mijn GOD, U hebt uw dienaar koning gemaakt in plaats van mijn vader David en ik ben nog maar een kleine jongen. Ik weet niet hoe ik moet uittrekken en hoe ik moet terugkeren.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
O Here, mijn God, nu hebt U mij koning gemaakt als opvolger van mijn vader David, maar ik voel mij als een klein kind dat niet goed weet wat te doen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.