1 Kings 8:38 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En stel dat iemand van uw volk Israël dan namens het volk tot U bidt en smeekt omdat uw volk toegeeft dat het ontrouw aan U is geweest, en hij zijn handen in deze tempel naar U opsteekt.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
elk gebed, elke smeekbede die er zal zijn van ieder mens uit heel Uw volk Israël, als eenieder de plaag van zijn hart erkent en naar dit huis zijn handen uitstrekt,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
welk gebed, welke smeking ook, die enig mens van uw gehele volk Israël doen zal, omdat ieder van hen de plaag van zijn eigen hart kent, zodat hij zijn handen in dit huis uitbreidt, –
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
wanneer iemand van uw volk Israël, in het bijzonder, in droefheid of leed komt bidden en smeken, en zijn handen uitstrekt naar dit huis:
Dutch 2007 (HTB)
luister dan als zij hun zonde beseffen en bij deze tempel bidden; luister vanuit de hemel, vergeef en antwoord hen die een eerlijke bekentenis hebben afgelegd. U kent immers ieders hart.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
en als dan ook maar iemand van uw hele volk Israël tot U bidt en smeekt – als ieder de plaag in zijn eigen hart erkent – en zijn handen in dit huis opheft,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
wat dan enig mens uit heel uw volk Israël ook bidt en wat hij dan ook smeekt, terwijl zij elk de plaag van hun hart beseffen en hij zijn handen uitstrekt naar dit Huis,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
luister dan als zij hun zonde beseffen en bij deze tempel bidden, luister vanuit de hemel, vergeef en antwoord hen die een eerlijke bekentenis hebben afgelegd. U kent immers ieders hart.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israël, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israel, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal;