1 Peter 2:15 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Want als jullie gehoorzaam zijn, zullen de onverstandige mensen die niets van het goede nieuws weten, jullie nergens van kunnen beschuldigen. En dat is wat God wil.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Want zo is het de wil van God, dat u door goed te doen het onverstand van de dwaze mensen de mond snoert;
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want zó is het de wil van God, dat gij door goed te doen de mond snoert aan de onwetendheid van de onverstandige mensen,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Want het is de wil van God, dat gij, door het goede te doen, het onverstand van domme mensen tot zwijgen brengt.
Dutch 2007 (HTB)
God wil dat door uw goede leven de mensen de mond wordt gesnoerd, die zo dwaas zijn het goede nieuws naast zich neer te leggen, hoewel zij nauwelijks weten wat het precies inhoudt.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Want het is de wil van God dat jullie, door goede daden te doen, de onwetendheid van mensen zonder inzicht de mond snoeren.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Want zo is het de wil van GOD dat jullie door jullie goede werken de mond snoeren van dwaze mensen, die GOD niet kennen,
Dutch Frisian
Dan soo es de Welle Gottes, daut jie derjch Goodet doone de Onnweetenheit dee onnvestendje Mensche tom stellsenne brinje;
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
God wil namelijk dat jullie door je goede gedrag het dwaze gepraat van onwetende mensen doen verstommen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
God wil dat door uw goede leven de mensen de mond wordt gesnoerd die onwetend zijn en dwaas praten.
Dutch Reimer 2001
wiels dit es Gott sien Wele, daut derch Goodet doone jie kjenne daen aea Mul tostoppe dee nich baete weete.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want alzo is het de wil van God, dat gij, weldoende, den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze mensen;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want alzo is het de wil van God, dat gij, weldoende, den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze mensen;