1 Samuel 12:5 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Samuel: "De Heer en de koning zijn er dus nu getuige van dat ik niemand iets schuldig ben." Ze antwoordden: "De Heer is getuige."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei hij tegen hen: De HEERE is getuige tegen u, en Zijn gezalfde is op deze dag getuige, dat u bij mij niets gevonden hebt. En het volk zei: Hij is getuige.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide hij tot hen: De HERE is getuige tegenover u, en zijn gezalfde is op deze dag getuige, dat gij bij mij niets gevonden hebt. Zij zeiden: Hij is getuige.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen sprak hij tot hen: Is Jahweh uw getuige, en is heden zijn gezalfde getuige, dat gij niets in mijn bezit hebt aangetroffen? En zij antwoordden: Ja!
Dutch 2007 (HTB)
"De HERE en Zijn gezalfde koning zijn mijn getuigen", verklaarde Samuël daarop, "dat u mij er nooit van kunt beschuldigen u te hebben beroofd." "Ja, Hij is onze getuige", bevestigden zij.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zei hij: "De Heer*** en zijn gezalfde zijn er vandaag getuige van dat ik jullie niets schuldig ben." Ze antwoordden: "De Heer*** is getuige."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei hij tegen hen: “De HEERE is getuige tegen jullie en zijn gezalfde is vandaag getuige dat jullie niets in mijn hand aangetroffen hebben!” Het volk zei: “Hij is getuige!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘De Here en zijn gezalfde koning zijn mijn getuigen,’ verklaarde Samuël daarop, ‘dat u mij er nooit van kunt beschuldigen u te hebben beroofd.’ ‘Ja, Hij is onze getuige,’ bevestigden zij.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!