1 Samuel 14:1 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Op een dag zei Jonatan tegen zijn schildknaap: "Kom, we steken de bergpas over naar het kamp van de Filistijnen aan de andere kant." Maar hij zei het niet tegen zijn vader.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Op een dag gebeurde het dat Jonathan, de zoon van Saul, tegen de knecht die zijn wapens droeg, zei: Kom, laten wij naar de wachtpost van de Filistijnen oversteken, die zich aan de overkant bevindt. Maar hij vertelde het niet aan zijn vader.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Op zekere dag zeide Jonatan, de zoon van Saul, tot zijn wapendrager: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost der Filistijnen aan gindse zijde. Maar zijn vader deelde hij het niet mee.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Op zekere dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tot zijn wapendrager: Laat ons oversteken naar de Filistijnenpost daar aan de overkant! Hij had er echter niets van aan zijn vader verteld.
Dutch 2007 (HTB)
Op een dag zei Jonathan tegen zijn jonge wapenknecht: "Kom, we gaan door het dal naar het Filistijnse garnizoen aan de overkant." Hij vertelde zijn vader echter niets van zijn plan.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Op een dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tegen zijn wapendrager: "Kom, laten oversteken naar de wachtpost van de Filistijnen, daar aan de overkant." Maar hij zei het niet tegen zijn vader.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Op een dag kwam het zover dat Jonathan, de zoon van Saul, tegen de knecht die zijn wapens droeg, zei: “Kom, laten we naar de wachtpost van de Filistijnen oversteken die zich daar aan de overkant bevindt!”, maar hij vertelde het niet aan zijn vader.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Op een dag zei Jonathan tegen zijn jonge wapenknecht: ‘Kom, we gaan naar de Filistijnse wachtpost aan de overkant van het dal.’ Hij vertelde zijn vader echter niets van zijn plan.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Het geschiedde nu op een dag, dat Jónathan, de zoon van Saul, tot den jongen, die zijn wapenen droeg, zeide: Kom, en laat ons tot de bezetting der Filistijnen overgaan, welke aan gene zijde is; doch hij gaf het zijn vader niet te kennen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Het geschiedde nu op een dag, dat Jonathan, de zoon van Saul, tot den jongen, die zijn wapenen droeg, zeide: Kom, en laat ons tot de bezetting der Filistijnen overgaan, welke aan gene zijde is; doch hij gaf het zijn vader niet te kennen.