1 Samuel 14:40 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei hij tegen zijn mannen: "Jullie gaan aan de ene kant staan en mijn zoon en ik aan de andere kant." Zijn mannen zeiden tegen Saul: "Doe wat u wil."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Verder zei hij tegen heel Israël: U moet aan de ene kant gaan staan, en ik en mijn zoon Jonathan moeten aan de andere kant gaan staan. Toen zei het volk tegen Saul: Doe wat goed is in uw ogen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarop zeide hij tot geheel Israël: Gij zult aan de ene kant staan en ik en mijn zoon zullen aan de andere kant staan. Toen zeide het volk tot Saul: Doe wat goed is in uw ogen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sprak hij tot de Israëlieten: Gij moet aan de ene kant gaan staan; ik met mijn zoon Jonatan zullen aan de andere kant blijven. Het volk gaf Saul ten antwoord: Doe wat u goeddunkt.
Dutch 2007 (HTB)
Toen stelde Saul voor: "Jonathan en ik zullen hier gaan staan en u moet allen daar gaan staan." Iedereen ging daarmee akkoord.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zei hij tegen al de Israëlieten: "Jullie gaan aan de ene kant staan en ik en mijn zoon Jonatan aan de andere kant." Zijn mannen zeiden tegen Saul: "Doe wat goed is in uw ogen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ook zei hij tegen heel Israël: “Jullie moeten aan de ene kant gaan staan en ik en mijn zoon Jonathan zullen aan de andere kant gaan staan.” En het volk zei tegen Saul: “Doe, wat goed is in je ogen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen stelde Saul voor: ‘Jonathan en ik zullen hier gaan staan en u moet allen daar gaan staan.’ Iedereen ging daarmee akkoord.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Verder zeide hij tot het ganse Israël: Gijlieden zult aan de ene zijde zijn, en ik en mijn zoon Jónathan zullen aan de andere zijde zijn. Toen zeide het volk tot Saul: Doe, wat goed is in uw ogen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Verder zeide hij tot het ganse Israel: Gijlieden zult aan de ene zijde zijn, en ik en mijn zoon Jonathan zullen aan de andere zijde zijn. Toen zeide het volk tot Saul: Doe, wat goed is in uw ogen.