1 Samuel 18:17 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Saul zei tegen David: "Je mag met mijn oudste dochter Merab trouwen. Maar dan moet je mij als een dapper man in mijn leger dienen. Je moet de oorlogen van de Heer voeren." Hij dacht bij zichzelf: "Zo hoef ik hem niet zelf te doden. Dat zullen de Filistijnen wel voor me doen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarom zei Saul tegen David: Zie, mijn oudste dochter Merab; haar zal ik u tot vrouw geven. Alleen, wees voor mij een dappere zoon, en voer de strijd van de HEERE. Want Saul dacht: Laat niet mijn hand tegen hem zijn, maar laat de hand van de Filistijnen tegen hem zijn.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Saul zeide tot David: Ziehier mijn oudste dochter Merab; haar zal ik u tot vrouw geven, mits gij in mijn dienst een dapper man zijt en de oorlogen des HEREN voert. Maar Saul dacht: Laat niet mijn hand, maar de hand der Filistijnen tegen hem zijn.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Eens sprak Saul tot David: Ge kent mijn oudste dochter Merab; haar zal ik u tot vrouw geven, op voorwaarde, dat ge u dapper gedraagt, en de oorlogen van Jahweh voert. Want Saul dacht: Niet ik, maar de Filistijnen moeten de hand aan hem slaan!
Dutch 2007 (HTB)
Op een dag zei Saul tegen David: "Ik ben van plan je mijn oudste dochter Merab tot vrouw te geven. Maar eerst moet je bewijzen dat je een moedige schoonzoon bent door de oorlogen van de HERE te voeren." Saul dacht bij zichzelf: "Ik zal hem op de Filistijnen afsturen, dan kunnen die hem doden in plaats van dat ik het doe."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarom zei Saul tegen David: "Ik zal je mijn oudste dochter Merab tot vrouw geven, op voorwaarde dat je als een heldhaftig man voor mij de oorlogen van de Heer*** voert." Saul dacht namelijk: "Zo hoef ik hem niet eigenhandig te doden, dat zullen de Filistijnen voor me doen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Saul zei tegen David: “Zie, ik zal je mijn oudste dochter Merab tot vrouw geven. Alleen, wees een dappere zoon voor mij en strijd de oorlogen van de HEERE.” Saul zei bij zichzelf: “Opdat niet mijn hand tegen hem zal zijn, maar de hand van de Filistijnen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Op een dag zei Saul tegen David: ‘Ik ben van plan je mijn oudste dochter Merab tot vrouw te geven. Maar eerst moet je bewijzen dat je een moedige schoonzoon bent door de oorlogen van de Here te voeren.’ Saul dacht bij zichzelf: ‘Ik zal hem op de Filistijnen afsturen, dan kunnen die hem doden in plaats van dat ik het doe.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Derhalve zeide Saul tot David: Zie, mijn grootste dochter Merab zal ik u tot een vrouw geven; alleenlijk, wees mij een dapper zoon, en voer den krijg des HEEREN. Want Saul zeide: Dat mijn hand niet tegen hem zij, maar dat de hand der Filistijnen tegen hem zij.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Derhalve zeide Saul tot David: Zie, mijn grootste dochter Merab zal ik u tot een vrouw geven; alleenlijk, wees mij een dapper zoon, en voer den krijg des HEEREN. Want Saul zeide: Dat mijn hand niet tegen hem zij, maar dat de hand der Filistijnen tegen hem zij.