1 Samuel 19:1 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Saul zei tegen zijn zoon Jonatan en al zijn dienaren dat ze David moesten doden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Saul sprak er met zijn zoon Jonathan en met al zijn dienaren over om David te doden. Maar Jonathan, de zoon van Saul, was David zeer genegen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Saul sprak er met zijn zoon Jonatan en met al zijn dienaren over om David te doden. Maar Jonatan, Sauls zoon, was David zeer genegen,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Saul sprak er daarom met zijn zoon Jonatan en met al zijn dienaren over, dat hij David wilde doden. Maar Jonatan, de zoon van Saul, die David bijzonder genegen was,
Dutch 2007 (HTB)
Saul begon er daarom bij zijn dienaren en bij zijn zoon Jonathan op aan te dringen dat zij David moesten vermoorden. Maar Jonathan, die een boezemvriend van David was geworden,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarom sprak Saul er met zijn zoon Jonatan en al zijn dienaren over, dat hij David wilde doden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Saul sprak er met zijn zoon Jonathan en met al zijn dienaren over dat ze David moesten doden. Maar Jonathan, de zoon van Saul, was erg op David gesteld.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Saul begon er daarom bij zijn dienaren en bij zijn zoon Jonathan op aan te dringen dat zij David moesten vermoorden. Maar Jonathan, die een boezemvriend van David was geworden,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Derhalve sprak Saul tot zijn zoon Jónathan en tot al zijn knechten, om David te doden. Doch Jónathan, Sauls zoon, had groot welgevallen aan David.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Derhalve sprak Saul tot zijn zoon Jonathan en tot al zijn knechten, om David te doden. Doch Jonathan, Sauls zoon, had groot welgevallen aan David.