1 Samuel 22:3 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Van daar ging David naar Mizpa in Moab. Hij vroeg aan de koning van Moab: "Mogen mijn ouders in uw land wonen totdat ik weet wat God met mij van plan is?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
David ging vandaar naar Mizpe in Moab. En hij zei tegen de koning van Moab: Laat mijn vader en mijn moeder toch naar u uitwijken, totdat ik weet wat God met mij doen zal.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Vandaar ging David naar Mispe in Moab en zeide tot de koning van Moab: Laat mijn vader en mijn moeder toch bij u mogen komen, totdat ik weet, wat God met mij voor heeft.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Vandaar vertrok David naar Mispe in Moab. Hij vroeg aan den koning van Moab: Laat mijn vader en mijn moeder bij u blijven, totdat ik weet, wat God met mij voor heeft.
Dutch 2007 (HTB)
Korte tijd later vertrok David naar Mizpa in Moab om de koning van Moab te vragen of zijn ouders daar onder koninklijke bescherming mochten verblijven, totdat hij wist wat God met hem voor had.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Van daar ging David naar Mizpa in Moab en vroeg aan de koning van Moab: "Mogen mijn ouders in uw land wonen tot ik weet wat God met mij van plan is?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Vandaar ging David naar Mizpa in Moab. Hij zei tegen de koning van de Moabieten: “Laat toch mijn vader en mijn moeder bij jullie komen, totdat ik weet, wat GOD met mij zal doen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Korte tijd later vertrok David naar Mispa in Moab om de koning van Moab te vragen of zijn ouders daar onder koninklijke bescherming mochten verblijven, totdat hij wist wat God met hem voor had.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En David ging van daar naar Mizpa der Moabieten; en hij zeide tot den koning der Moabieten: Laat toch mijn vader en mijn moeder bij ulieden uitgaan, totdat ik weet, wat God mij doen zal.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En David ging van daar naar Mizpa der Moabieten; en hij zeide tot den koning der Moabieten: Laat toch mijn vader en mijn moeder bij ulieden uitgaan, totdat ik weet, wat God mij doen zal.