1 Samuel 24:10 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei hij tegen Saul: "Waarom gelooft u de praatjes van de mensen die zeggen dat ik u wil doden?
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En David zei tegen Saul: Waarom luistert u naar de woorden van de mensen die zeggen: Zie, David wil u kwaad doen?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide David tot Saul: Waarom luistert gij naar de woorden van mensen, die zeggen: zie, David beraamt kwaad tegen u?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En David sprak tot Saul: Waarom luistert gij naar de praatjes der mensen, als zou David uw ongeluk willen?
Dutch 2007 (HTB)
Daarna zei deze tegen Saul: "Waarom luistert u toch naar de mensen, die u proberen wijs te maken dat ik u kwaad wil doen? Vandaag kunt u zien dat het niet waar is. De HERE leverde u daar in die grot aan mij over en enkelen van mijn mannen raadden mij aan u te doden, maar ik heb uw leven gespaard. Want ik zei: 'Ik zal hem met geen vinger aanraken, want hij is de koning die de HERE heeft gezalfd.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
en zei tegen Saul: "Waarom luistert u naar de woorden van mensen die beweren dat ik u kwaad wil doen?
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
David zei tegen Saul: “Waarom luistert u naar de woorden van de mensen die zeggen: ‘Zie, David wil u kwaad doen?’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarna zei deze tegen Saul: ‘Waarom luistert u toch naar de mensen die u proberen wijs te maken dat ik u kwaad wil doen? Vandaag kunt u zien dat het niet waar is. De Here leverde u daar in die grot aan mij over en enkelen van mijn mannen raadden mij aan u te doden, maar ik heb uw leven gespaard. Want ik zei: “Ik zal hem met geen vinger aanraken, want hij is de koning die de Here heeft gezalfd.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En David zeide tot Saul: Waarom hoort gij de woorden der mensen, zeggende: Zie, David zoekt uw kwaad?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En David zeide tot Saul: Waarom hoort gij de woorden der mensen, zeggende: Zie, David zoekt uw kwaad?