1 Samuel 26:25 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Saul zei tegen David: "De Heer is goed voor jou, mijn zoon David. Wat je ook doet, je zal altijd succes hebben." Toen vertrok David. En Saul ging naar huis terug.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Saul tegen David: Gezegend ben je, mijn zoon David; wat je ook doet, je zult ertoe in staat zijn. Toen ging David zijns weegs, en Saul keerde terug naar zijn woon plaats.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Saul zeide tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David. Wat gij ook doet, gij zult zeker slagen. Toen ging David zijns weegs, en Saul keerde terug naar zijn plaats.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En Saul sprak tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David; grote daden zult ge verrichten, en veel tot stand kunnen brengen. Toen vervolgde David zijn weg, en Saul keerde naar zijn woonplaats terug.
Dutch 2007 (HTB)
Saul zei tegen David: "God zegene je, David. Jij zult nog vele dingen ondernemen en alles tot een goed einde brengen." Daarna verliet David die plaats en Saul ging naar huis terug.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Saul zei tegen David: "Wees gezegend, mijn zoon David, je zult veel bereiken, ja, je zult grote dingen doen." Toen vertrok David. En Saul ging naar huis terug.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Saul zei tegen David: “Gezegend ben jij, mijn zoon David. Wat je ook doen zult, je zult zeker slagen.” Toen ging David zijns weegs en Saul keerde naar zijn woon plaats terug.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Saul zei tegen David: ‘God zegene je, David. Jij zult nog vele dingen ondernemen en alles tot een goed einde brengen.’ Daarna verliet David die plaats en Saul ging naar huis terug.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide Saul tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David; gij zult het ja gewisselijk doen, en gij zult ook gewisselijk de overhand hebben. Toen ging David op zijn weg, en Saul keerde weder naar zijn plaats.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide Saul tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David; gij zult het ja gewisselijk doen, en gij zult ook gewisselijk de overhand hebben. Toen ging David op zijn weg, en Saul keerde weder naar zijn plaats.