1 Samuel 26:6 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei David tegen de Hetiet Achimelech en tegen Abisaï (Abisaï was de zoon van [Davids zus] Zeruja en de broer van Joab): "Wie van jullie gaat met me mee naar Saul in het kamp?" Abisaï zei: "Ik ga met je mee."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen nam David het woord en zei tegen Achimelech, de Hethiet, en tegen Abisaï, de zoon van Zeruja, de broer van Joab: Wie gaat er met mij mee naar Saul in de legerplaats? Toen zei Abisaï: Ik ga met u mee.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
richtte David zich tot de Hethiet Achimelek en tot Abisai, de zoon van Seruja, de broeder van Joab, en vroeg: Wie wil met mij naar Saul in de legerplaats afdalen? Abisai zeide: Ik zal met u afdalen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sprak David tot Achimélek, den Chittiet, en tot Abisjai, den zoon van Seroeja en broer van Joab: Wie durft met mij tot Saul in de legerplaats doordringen? Abisjai antwoordde: Ik!
Dutch 2007 (HTB)
"Zijn er vrijwilligers om met mij mee te gaan?" vroeg David aan de Hethiet Achimélech en aan Abisaï, een broer van Joab en de zoon van Zeruja. "Ik ga wel met u mee", antwoordde Abisaï.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En David vroeg aan de Hetiet Achimelech en Abisaï, de zoon van Zeruja, de broer van Joab: "Wie van jullie gaat met me mee naar Saul in het kamp?" Abisaï zei: "Ik ga met je mee."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen nam David het woord. Hij sprak tot Achimelech, de Hethiet, en tot Abisai, de zoon van Zeruja, de broer van Joab, en zei: “Wie wil met mij naar Saul in het legerkamp afdalen?” Abisai zei: “Ik zal met je afdalen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Zijn er vrijwilligers om met mij mee het kamp in te gaan?’ vroeg David aan de Hethiet Achimélech en aan Abisaï, een broer van Joab en de zoon van Zeruja. ‘Ik ga wel met u mee,’ antwoordde Abisaï.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen antwoordde David, en sprak tot Achimélech, den Hethiet, en tot Abísai, den zoon van Zerúja, den broeder van Joab, zeggende: Wie zal met mij tot Saul in het leger afgaan? Toen zeide Abísai: Ik zal met u afgaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen antwoordde David, en sprak tot Achimelech, den Hethiet, en tot Abisai, den zoon van Zeruja, den broeder van Joab, zeggende: Wie zal met mij tot Saul in het leger afgaan? Toen zeide Abisai: Ik zal met u afgaan.