1 Samuel 29:4 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar zijn aanvoerders werden kwaad en zeiden: "Stuur die man weg! Laat hij teruggaan naar de stad die u hem gegeven had. Hij gaat niet met ons mee. Stel dat hij tijdens de strijd opeens overloopt naar de Israëlieten? Dat zou voor hem een heel goede manier zijn om ervoor te zorgen dat zijn koning weer goed over hem denkt! Wat zou er voor David nu mooier zijn dan aan zijn koning onze hoofden te brengen?
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar de bevelhebbers van de Filistijnen werden erg kwaad op hem, en de bevelhebbers van de Filistijnen zeiden tegen hem: Laat die man terugkeren, zodat hij terugkeert naar de plaats die u hem aangewezen hebt. Laat hem niet met ons mee ten strijde trekken, zodat hij voor ons geen tegenstander wordt in de strijd. Want waarmee zou deze man bij zijn heer in de gunst kunnen komen? Is het niet met de hoofden van deze mannen?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Maar de aanvoerders der Filistijnen werden toornig op hem; de aanvoerders der Filistijnen zeiden tot hem: Zend die man heen, laat hij teruggaan naar de plaats die gij hem aangewezen hebt, en niet met ons ten strijde trekken, opdat hij geen tegenstander van ons worde in de strijd. Waarmee zou deze bij zijn heer in de gunst kunnen komen?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar de Filistijnse vorsten voeren tegen hem uit, en zeiden tot hem: Stuur dien man weg, en laat hem terugkeren naar de plaats, waar ge hem gevestigd hebt. Neen, hij trekt niet met ons ten strijde; hij zal ons in de strijd niet verraden! Want hoe kan hij zich beter bij zijn meester in de gunst werken dan met de hoofden van deze mannen?
Dutch 2007 (HTB)
Maar daar namen de legeraanvoerders geen genoegen mee. "Stuur hen terug!" eisten zij kwaad. "Zij kunnen niet samen met ons de strijd in; het risico is te groot dat zij zich dan tegen ons keren. Het is toch duidelijk dat er geen betere manier is waarop hij weer bij zijn meester in de gunst kan komen, dan door ons tijdens de strijd aan te vallen met deze mannen?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar de aanvoerders van de Filistijnen werden woedend op Achis en zeiden tegen hem: "Stuur die man weg! Laat hij teruggaan naar de plek die u hem gewezen hebt. Hij neemt niet met ons deel aan de strijd. Stel dat hij zich tijdens de strijd tegen ons keert? Want waarmee zou hij weer bij zijn heer in de gunst kunnen komen? Met onze hoofden toch zeker?
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar de vorsten van de Filistijnen werden vreselijk kwaad op hem. De vorsten van de Filistijnen zeiden tegen hem: “Laat de man teruggaan opdat hij naar zijn plaats terugkeert die je hem hebt aangewezen. Hij mag niet met ons mee afdalen in de strijd, opdat hij gedurende de strijd geen tegenstander van ons wordt. Want waarmee zou deze zijn heer meer tevreden kunnen stellen dan met de hoofden van deze mannen?
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar daar namen de legeraanvoerders geen genoegen mee. ‘Stuur hen terug!’ eisten zij kwaad. ‘Zij kunnen niet samen met ons de strijd in, het risico is te groot dat zij zich dan tegen ons keren. Het is toch duidelijk dat er geen betere manier is waarop hij weer bij zijn meester in de gunst kan komen, dan door ons tijdens de strijd aan te vallen met deze mannen?
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?