1 Samuel 29:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar David zei tegen Achis: "Wat heb ik u gedaan? U heeft toch niets op mij aan te merken gehad sinds ik bij u in dienst ben gekomen? Waarom mag ik dan nu niet mee om te strijden tegen uw vijanden, mijn heer de koning?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei David tegen Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt u in uw dienaar gevonden, van de dag af dat ik bij u geweest ben, tot op deze dag, dat ik niet mag gaan strijden tegen de vijanden van mijn heer, de koning?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
David echter zeide tot Akis: Wat heb ik gedaan? En wat hebt gij op uw knecht aan te merken gehad van de dag af, dat ik in uw dienst sta, tot op deze dag, zodat ik niet mag meegaan om te strijden tegen de vijanden van mijn heer de koning?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar David sprak tot Akisj: Wat heb ik gedaan, en wat hebt ge uw dienaar te verwijten, sinds ik bij u kwam tot de dag van vandaag, dat ik niet mee mag strijden tegen de vijanden van mijn heer en koning?
Dutch 2007 (HTB)
"Waarom word ik op deze manier behandeld?" wilde David weten. "Waarom mag ik niet tegen uw vijanden vechten?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar David zei tegen Achis: "Wat heb ik misdaan? Wat hebt u op mij aan te merken gehad sinds ik bij u in dienst ben gekomen, dat ik nu niet mee ten strijde zou trekken tegen de vijanden van mijn heer de koning?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei David tegen Achis: “Maar wat heb ik dan gedaan en wat hebt u op uw dienaar aan te merken vanaf de eerste dag dat ik voor u verscheen tot op deze dag toe, dat ik niet mee zou mogen gaan en tegen de vijanden van mijn heer, de koning, zou mogen strijden?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Waarom word ik op deze manier behandeld?’ wilde David weten. ‘Waarom mag ik niet tegen uw vijanden vechten?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?