1 Samuel 8:7 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Heer zei tegen Samuel: "Luister naar het volk en doe wat ze van je vragen. Want ze hebben niet jou aan de kant geschoven, maar Mij. Ze willen Mij niet als Koning hebben.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar de HEERE zei tegen Samuel: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De HERE zeide tot Samuël: Luister naar het volk, in alles wat zij tot u zeggen, want niet ú hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen, dat Ik geen koning over hen zou zijn.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
en Jahweh sprak tot Samuël: Wees het volk terwille in alles wat ze u voorstellen. Want niet u hebben ze verworpen, maar Mij; Mij willen ze niet meer als Koning over zich hebben.
Dutch 2007 (HTB)
"Doe wat zij u vragen", antwoordde de HERE, "want zij wijzen Mij af en niet u; zij willen niet dat Ik nog langer hun Koning ben.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De Heer*** zei echter tegen Samuel: "Doe alles wat het volk van je verlangt, want ze hebben niet jou verworpen, maar Mij hebben ze verworpen: ze wijzen Mij als hun Koning af.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De HEERE zei tegen Samuël: “Luister naar het volk in alles wat zij tegen je zeggen, want zij hebben niet jou verworpen, maar Mij hebben zij verworpen, opdat Ik geen Koning over hen zou zijn.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Doe wat zij u vragen,’ antwoordde de Here, ‘want zij wijzen niet u af, maar Mij. Zij willen niet dat Ik nog langer hun Koning ben.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Doch de HEERE zeide tot Samuël: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.