1 Samuel 9:27 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze kwamen bij de rand van de stad. Daar zei Samuel tegen Saul: "Zeg tegen je knecht dat hij alvast verder loopt. Maar blijf jij nog even hier bij mij staan. Dan zal ik je vertellen wat God je te zeggen heeft." (lees verder)
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Terwijl zij afdaalden naar de rand van de stad, zei Samuel tegen Saul: Zeg tegen de knecht dat hij alvast voor ons uitgaat — toen ging hij weg — maar blijft u nu staan, dan zal ik u het woord van God laten horen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zij aan de grens van de stad gekomen waren, zeide Samuël tot Saul: Zeg de knecht, dat hij voor ons uitga – daarop ging deze weg – maar blijf gij nu staan, dan zal ik u het woord Gods doen horen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen ze tot het einde der stad waren afgedaald, sprak Samuël tot Saul: Zeg tegen den knecht, dat hij ons vooruit moet lopen. Blijf zelf een ogenblik stil staan, dan zal ik u Gods woord verkondigen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen ze bij de rand van de stad kwamen, zei Samuel tegen Saul: "Zeg tegen je knecht dat hij alvast vooruit gaat" – daarop liep de knecht verder – "maar blijf jij nog even staan, dan zal ik je Gods woord voor jou laten weten."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zij tot aan de rand van de stad afgedaald waren, zei Samuël tegen Saul: “Zeg tegen de knecht dat hij uit ons zicht weggaat!”, en hij ging weg. Toen zei Samuël: “Sta nu stil, dan zal ik je het woord van GOD laten horen.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zij afgegaan waren aan het einde der stad, zo zeide Samuël tot Saul: Zeg den jongen, dat hij voor onze aangezichten heenga; toen ging hij heen; maar sta gij als nu stil, en ik zal u Gods woord doen horen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zij afgegaan waren aan het einde der stad, zo zeide Samuel tot Saul: Zeg den jongen, dat hij voor onze aangezichten heenga; toen ging hij heen; maar sta gij als nu stil, en ik zal u Gods woord doen horen.