1 Samuel 9:8 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De knecht antwoordde: "Ik heb nog geld: een kwart zilveren sikkel. Die zal ik aan hem geven. Dan zal hij ons willen zeggen waar we heen moeten."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De knecht antwoordde Saul verder en zei: Zie, ik heb het vierde deel van een zilveren sikkel in mijn hand, dat zal ik de man Gods geven, opdat hij ons onze weg wijst.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De knecht richtte nogmaals het woord tot Saul en zeide: Zie, ik heb nog het vierde deel van een zilveren sikkel bij mij; ik zou dit de man Gods kunnen geven, dan zal hij ons over onze tocht inlichten. –
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
De knecht hernam en zei tot Saul: Wel, ik heb nog een kwart zilveren sikkel, die ik den godsman zou kunnen aanbieden; dan zal hij ons wel inlichtingen geven over onze reis.
Dutch 2007 (HTB)
"Ik heb nog wel wat kleingeld", zei de knecht. "Wij kunnen hem dat aanbieden en dan zien we wel of hij ons de weg wil wijzen!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De knecht antwoordde: "Kijk, ik heb nog ¼ sikkel zilver bij me. Die zal ik aan de godsman geven, dan zal hij ons wel willen wijzen welke weg we moeten inslaan."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De knecht gaf Saul opnieuw antwoord en zei: “Zie, ik heb een kwart van een zilveren sjekel in mijn hand die ik aan de man van GOD geven zal, opdat hij ons de weg wijst.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Ik heb nog wel wat kleingeld,’ zei de knecht. ‘Wij kunnen hem dat aanbieden en dan zien we wel of hij ons de weg wil wijzen!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de jongen antwoordde Saul verder en zeide: Zie, er vindt zich in mijn hand het vierendeel eens zilveren sikkels; dat zal ik den man Gods geven, opdat hij ons onzen weg wijze.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de jongen antwoordde Saul verder en zeide: Zie, er vindt zich in mijn hand het vierendeel eens zilveren sikkels; dat zal ik den man Gods geven, opdat hij ons onzen weg wijze.