2 Chronicles 10:6 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Koning Rehabeam ging naar de oude raadgevers van zijn vader Salomo. Hij vroeg hun: "Wat raden jullie mij aan? Wat zal ik hen antwoorden?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Koning Rehabeam pleegde overleg met de oudsten die bij zijn vader Salomo in dienst waren geweest, toen die nog leefde, en zei: Wat raadt u aan om dit volk te antwoorden?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Koning Rechabeam raadpleegde hierop de ouden die in dienst van zijn vader Salomo gestaan hadden, toen deze nog leefde, en zeide: Wat raadt gij dit volk te antwoorden?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
ging koning Roboam te rade bij de bejaarde mannen, die bij het leven van zijn vader Salomon diens vertrouwelingen waren geweest, en vroeg hun: Wat raadt gij mij, dit volk te antwoorden?
Dutch 2007 (HTB)
Hij besprak hun eis met de oude mannen die zijn vader Salomo hadden geadviseerd. "Wat moet ik hun antwoorden?" vroeg hij.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Koning Rehabeam overlegde met de oudsten die zijn vader Salomo tijdens zijn leven hadden gediend en vroeg hun: "Wat raden jullie mij aan dit volk te antwoorden?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Koning Rehabeam vroeg raad aan de oudsten, die in dienst van zijn vader Salomo hadden gestaan toen hij nog leefde en zei: “Wat raden jullie mij aan om dit volk te antwoorden?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij besprak hun eis met de oude mannen die zijn vader Salomo hadden geadviseerd. ‘Wat moet ik hun antwoorden?’ vroeg hij.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de koning Rehábeam hield raad met de oudsten, die gestaan hadden voor het aangezicht van zijn vader Sálomo, als hij leefde, zeggende: Hoe raadt gijlieden, dat men dit volk antwoorden zal?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de koning Rehabeam hield raad met de oudsten, die gestaan hadden voor het aangezicht van zijn vader Salomo, als hij leefde, zeggende: Hoe raadt gijlieden, dat men dit volk antwoorden zal?