2 Chronicles 10:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar hij wilde niet doen wat de oude raadgevers zeiden. Hij ging ook raad vragen aan de jonge mannen die met hem opgegroeid waren en bij hem in dienst waren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar hij verwierp de raad van de oudsten die zij hem hadden gegeven, en pleegde overleg met de jonge mannen die met hem waren opgegroeid en bij hem in dienst waren.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Maar hij verwierp de raad die de ouden hem gegeven hadden, en raadpleegde de jonge mannen die met hem opgegroeid waren en in zijn dienst stonden; hij zeide tot hen:
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar hij verwierp de raad, die de bejaarde mannen hem gegeven hadden, en ging te rade bij de jongelieden, die met hem waren opgegroeid en nu zijn vertrouwelingen waren.
Dutch 2007 (HTB)
Maar dat advies stond hem niet aan. En daarom vroeg hij de jonge mannen met wie hij was opgegroeid om raad. "Wat denken jullie dat ik het beste kan doen?" vroeg hij. "Moet ik hen soepeler behandelen dan mijn vader deed?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar hij wees deze raad van de oudsten af en raadpleegde de jonge mannen die met hem waren opgegroeid en bij hem in dienst stonden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar hij legde de raad van de oudsten, die zij hem gegeven hadden, naast zich neer en hij vroeg raad aan de jongemannen, die met hem waren opgegroeid en voor hem stonden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar dat advies stond hem niet aan. En daarom vroeg hij de jonge mannen met wie hij was opgegroeid om raad. ‘Wat denken jullie dat ik het beste kan doen?’ vroeg hij. ‘Moet ik hen soepeler behandelen dan mijn vader deed?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar hij verliet den raad der oudsten, dien zij hem geraden hadden; en hij hield raad met de jongelingen, die met hem opgewassen waren, die voor zijn aangezicht stonden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar hij verliet den raad der oudsten, dien zij hem geraden hadden; en hij hield raad met de jongelingen, die met hem opgewassen waren, die voor zijn aangezicht stonden.