2 Chronicles 18:30 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De koning van Aram had tegen de aanvoerders van zijn strijdwagens gezegd: "Het gaat erom de koning van Israël te doden. Dus niet de gewone soldaten of hun aanvoerders."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Nu had de koning van Syrië de bevelhebbers van de strijdwagens die hij had, geboden: U mag niet tegen de kleinen of tegen de groten strijden, maar alleen tegen de koning van Israël.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De koning van Aram nu had zijn wagenoversten geboden: Gij zult niet strijden tegen klein of groot, maar alleen tegen de koning van Israël.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu had de koning van Aram zijn bevelhebbers van de strijdwagens de opdracht gegeven: Valt niemand aan, wie het ook zij, maar alleen den koning van Israël.
Dutch 2007 (HTB)
De koning van Syrië had de aanvoerders van zijn strijdwagens intussen opdracht gegeven uitsluitend tegen de koning van Israël te vechten.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De koning van Aram had de aanvoerders van zijn strijdwagens bevolen: "Ga niet de strijd aan met de gewone soldaten en hun aanvoerders, maar richt je uitsluitend op de koning van Israël."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De koning van Aram had de oversten van de strijd wagens die hij bezat, opdracht gegeven en gezegd: “Jullie moeten niet tegen klein of groot strijden, maar alleen tegen de koning van Israël.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De koning van Syrië had de aanvoerders van zijn strijdwagens intussen opdracht gegeven uitsluitend tegen de koning van Israël te vechten.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
De koning nu van Syrië had geboden aan de oversten der wagenen, die hij had, zeggende: Gijlieden zult niet strijden tegen kleinen noch groten, maar tegen den koning van Israël alleen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagens, die hij had, zeggende: Gijlieden zult niet strijden tegen kleinen noch groten, maar tegen den koning van Israel alleen.