2 Chronicles 18:5 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen liet de koning van Israël ongeveer 400 profeten komen. Hij vroeg hun: "Zal ik naar Gilead gaan om Ramot te veroveren, of niet?" Ze zeiden: "Ga, want de Heer zal u de overwinning geven."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen riep de koning van Israël de profeten bijeen, vierhonderd man, en zei tegen hen: Zullen wij tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik ervan afzien? Zij zeiden: Trek op, want God zal hen in de hand van de koning geven.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen riep de koning van Israël de profeten, vierhonderd man, bijeen en vroeg hun: Zullen wij optrekken ten strijde tegen Ramot in Gilead of zal ik het nalaten? Zij antwoordden: Trek op; God zal het in de macht des konings geven.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen ontbood de koning van Israël de profeten, tezamen ongeveer vierhonderd man. Hij vroeg hun: Zal ik tegen Ramot Gilad ten strijde trekken, of niet? Zij antwoordden: Trek op; God levert het aan den koning over.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen riep de koning van Israël de profeten bijeen, 400 man, en vroeg hun: "Zullen wij tegen Ramot in Gilead ten strijde trekken, of moet ik ervan afzien?" Ze zeiden: "Ga, want de Heer*** zal het in uw macht geven."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen bracht de koning van Israël de profeten bijeen, vierhonderd man, en hij zei tegen hen: “Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken of zal ik het laten?” Zij zeiden: “Trek op, want GOD zal hen in handen van de koning geven.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen vergaderde de koning van Israël de profeten, vierhonderd mannen, en hij zeide tot hen: Zullen wij tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want God zal hen in de hand des konings geven.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, vierhonderd mannen, en hij zeide tot hen: Zullen wij tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want God zal hen in de hand des konings geven.