2 Chronicles 20:7 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
U bent onze God. U heeft voor ons volk alle volken die hier woonden, weggejaagd. U heeft dit land voor altijd gegeven aan het volk dat ontstaan is uit uw vriend Abraham.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hebt U, onze God, niet de inwoners van dit land van voor de ogen van Uw volk Israël verdreven, en dat voor eeuwig aan het nageslacht van Abraham, die U liefhad, gegeven?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Zijt Gij niet onze God, die voor het aangezicht van uw volk Israël verdreven hebt de inwoners van dit land en dit voor altijd hebt gegeven aan het nakroost van Abraham, uw vriend?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Gij zijt onze God, die de bewoners van dit land voor Israël, uw volk, hebt uitgedreven, en die het land voor altijd hebt geschonken aan het kroost van Abraham, uw vriend.
Dutch 2007 (HTB)
O, onze God, hebt U de heidenen die in dit land woonden, niet verdreven toen Uw volk hier aankwam? En hebt U dit land niet voor altijd aan de nakomelingen van Uw vriend Abraham gegeven?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hebt U, onze God, niet de bewoners van dit land voor uw volk Israël verdreven en het voor eeuwig gegeven aan de nakomelingen van uw vriend Abraham?
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
O, onze GOD, hebt U de inwoners van dit land niet voor de ogen van uw volk Israël verdreven en het land voor eeuwig gegeven aan de nakomelingen van uw geliefde vriend Abraham?
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
O, onze God, hebt U de vroegere inwoners van dit land niet verdreven toen uw volk hier aankwam? En hebt U dit land niet voor altijd aan de nakomelingen van uw vriend Abraham gegeven?
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Hebt Gij niet, onze God, de inwoners dezes lands van voor het aangezicht van Uw volk Israël verdreven, en dat aan het zaad van Abraham, Uw liefhebber, tot in eeuwigheid gegeven?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Hebt Gij niet, onze God, de inwoners dezes lands van voor het aangezicht van Uw volk Israel verdreven, en dat aan het zaad van Abraham, Uw liefhebber, tot in eeuwigheid gegeven?