2 Chronicles 23:9 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De priester gaf hun speren en schilden. Dat waren de speren en schilden van koning David die in de tempel van de Heer werden bewaard.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De priester Jojada gaf de bevelhebbers over honderd de speren, de kleine schilden en de gewone schilden die van koning David geweest waren, die in het huis van God waren.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De priester Jojada gaf aan de oversten over honderd de speren en de kleine zowel als de grote schilden die koning David toebehoord hadden en in het huis Gods waren.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Aan de honderdmannen reikte de priester Jehojada de lansen, schilden en pijlkokers van koning David uit, die in de tempel van God werden bewaard.
Dutch 2007 (HTB)
Daarna deelde Jojada speren en grote en kleine schilden uit aan alle legerofficieren. Deze hadden eens aan koning David toebehoord en lagen opgeslagen in de tempel.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ook bewapende de priester de aanvoerders over honderd met de speren en de grote en kleine schilden die van koning David geweest waren en in het huis van God werden bewaard.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Priester Jehojada gaf de oversten over honderd de speren en de harde schilden die van koning David geweest waren, die in het Huis van GOD waren.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarna gaf Jojada speren en grote en kleine schilden aan alle legerofficieren. Deze hadden eens aan koning David toebehoord en lagen opgeslagen in de tempel.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Verder gaf de priester Jójada aan de oversten der honderden de spiesen, en de rondassen, en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis Gods waren.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Verder gaf de priester Jojada aan de oversten der honderden de spiesen, en de rondassen, en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis Gods waren.