2 Chronicles 28:27 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Achaz stierf en werd begraven in Jeruzalem, maar niet bij de andere koningen. Zijn zoon Hizkia werd na hem koning van Juda.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Achaz ging te ruste bij zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad, in Jeruzalem. Zij brachten hem echter niet in de graven van de koningen van Israël, en Hizkia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Achaz ging bij zijn vaderen te ruste en men begroef hem in de stad, in Jeruzalem, maar men bracht hem niet in de graven der koningen van Israël. Zijn zoon Jechizkia werd koning in zijn plaats.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Achaz ging bij zijn vaderen te ruste; hij werd te Jerusalem in de stad begraven, maar niet in de graven der koningen van Israël bijgezet. Zijn zoon Ezekias volgde hem op.
Dutch 2007 (HTB)
Na zijn dood werd hij in Jeruzalem begraven, maar hij kreeg geen plaats in de koninklijke graven. Zijn zoon Hizkia volgde hem op.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Achaz ging bij zijn voorouders te ruste en hij werd bijgezet in Jeruzalem, maar niet in de graven van de koningen van Israël. Zijn zoon Jehizkia volgde hem als koning op.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Achaz ging bij zijn vaderen te ruste. Zij begroeven hem in de stad, in Jeruzalem, maar zij legden hem niet in de graven van de koningen van Israël. Zijn zoon Hizkia werd koning in zijn plaats.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Na zijn dood werd hij in Jeruzalem begraven, maar hij kreeg geen plaats in de koninklijke graven. Zijn zoon Hizkia volgde hem op.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israël; en zijn zoon Jehizkía werd koning in zijn plaats.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.