2 Chronicles 31:1 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen het feest was afgelopen, trokken de Israëlieten vanuit Jeruzalem naar alle steden van Juda. Daar sloegen ze de godenbeelden kapot, hakten de heilige palen om en braken de altaren af. Dit deden ze in heel Juda en in de gebieden van de stammen van Benjamin, Efraïm en Manasse. Daarna ging iedereen naar huis terug.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen nu dit alles beëindigd was, vertrokken alle Israëlieten die zich daar bevonden, naar de steden van Juda. Zij braken de gewijde stenen in stukken, hakten de gewijde palen om en braken de offer hoogten en de altaren af in heel Juda en Benjamin, ook in Efraïm en Manasse, totdat zij alles vernietigd hadden. Daarna keerden al de Israëlieten terug, ieder naar zijn bezit, naar hun steden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen nu dit alles geëindigd was, trokken al de Israëlieten, die zich daar bevonden, uit naar de steden van Juda, verbrijzelden de gewijde stenen, hieuwen de gewijde palen om en vernielden grondig de hoogten en de altaren uit geheel Juda en Benjamin en in Efraïm en Manasse. Daarna keerden al de Israëlieten naar hun steden terug, ieder naar zijn eigen bezitting.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen dit alles was afgelopen, trokken alle aanwezige Israëlieten naar de steden van Juda, sloegen de heilige zuilen stuk, hakten de heilige palen om, en haalden de offerhoogten met de altaren in heel Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse omver, tot de laatste toe. Daarna keerden de Israëlieten allen naar hun bezittingen in hun woonplaatsen terug.
Dutch 2007 (HTB)
Na afloop van het feest begon een grote aktie tegen de afgodenverering. Alle mensen die in Jeruzalem de viering van het Pascha hadden bijgewoond, trokken naar de steden van Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse en verwoestten daar de afgodsbeelden, de gewijde stenen, de schandelijke tempels en altaren die met de afgodenverering te maken hadden. Alles werd kort en klein geslagen. Daarna keerden de leden van de noordelijke stammen, die het Pascha hadden bijgewoond, terug naar hun woonplaatsen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen het feest was afgelopen, trokken alle aanwezige Israëlieten eropuit naar de steden van Juda en verbrijzelden daar de godenbeelden, hakten de heilige palen om en braken de offerhoogten en altaren af. Dit deden ze in heel Juda en Benjamin en zelfs in Efraïm en Manasse. Toen zij ze allemaal vernietigd hadden, keerden alle Israëlieten naar huis terug, ieder naar zijn eigen stad en bezittingen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zij hier helemaal mee klaar waren, trokken alle Israëlieten die daar waren naar de steden van Juda en braken de gewijde zuilen af en hakten de geluksgodinnen om en deden de offer hoogten en de altaren uit heel Juda en Benjamin weg. Dit deden zij ook in Efraïm en Manasse, totdat ze klaar waren. Daarna keerden alle zonen van Israël terug, ieder naar zijn eigen bezitting, allen naar hun eigen steden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Na afloop van het feest begon een grote actie tegen de afgodenverering. Alle mensen die in Jeruzalem de viering hadden bijgewoond, trokken naar de steden van Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse en verwoestten daar de afgodsbeelden, de gewijde stenen, de schandelijke tempels en altaren die met de afgodenverering te maken hadden. Alles werd kort en klein geslagen. Daarna keerden de leden van de noordelijke stammen terug naar hun woonplaatsen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Als zij nu dit alles voleind hadden, togen alle Israëlieten, die er gevonden werden, uit, tot de steden van Juda, en braken de opgerichte beelden, en hieuwen de bossen af, en wierpen de hoogten en de altaren af, uit gans Juda en Benjamin, ook in Efraïm en Manasse, totdat zij alles te niet gemaakt hadden; daarna keerden al de kinderen Israëls weder, een ieder tot zijn bezitting in hun steden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Als zij nu voleind hadden, togen alle Israelieten, die er gevonden werden, uit, tot de steden van Juda, en braken de opgerichte beelden, en hieuwen de bossen af, en wierpen de hoogten en de altaren af, uit gans Juda en Benjamin, ook in Efraim en Manasse, totdat zij alles te niet gemaakt hadden; daarna keerden al de kinderen Israels weder, een ieder tot zijn bezitting in hun steden.