2 Chronicles 31:6 — Compare Translations

8 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Israëlieten en Judeeërs die in de steden van Juda woonden, kwamen ook een tiende deel brengen van hun koeien, schapen en geiten. Ook een tiende deel van alles wat ze aan hun Heer God wilden geven. Ze stapelden alles op.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En de Israëlieten en Judeeërs die in de steden van Juda woonden, ook zij brachten tienden van de runderen en het kleinvee, en tienden van de geheiligde gaven, die aan de HEERE, hun God, geheiligd waren; zij maakten er vele stapels van.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De Israëlieten en Judeeërs die in de steden van Juda woonden, ook zij brachten de tienden van runderen en kleinvee; eveneens de tienden van de heilige dingen, die de HERE, hun God, geheiligd waren, en legden die op stapels.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
De zonen van Israël en Juda, die in de andere steden van Juda woonden, brachten eveneens de tienden van runderen en schapen. Bovendien bracht men nog de wijgeschenken, die gewijd waren aan Jahweh hun God, en legde die op stapels neer.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De Israëlieten en Judeeërs die in de steden van Juda woonden, kwamen ook de tienden brengen van hun runderen, schapen en geiten en de tienden van alles wat voor hun Heer*** God geheiligd was. Ze stapelden alles op.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De zonen van Israël en Juda, die in de steden van Juda woonden, brachten ook de tienden van de runderen en van de schapen en geiten, en de tienden van de heilige gaven die aan de HEERE, hun GOD, geheiligd waren, en zij gaven die en legden die in stapels neer.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de kinderen van Israël en Juda, die in de steden van Juda woonden, brachten ook tienden der runderen en der schapen, en tienden der heilige dingen, die den HEERE, hun God, geheiligd waren, en maakten vele hopen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de kinderen van Israel en Juda, die in de steden van Juda woonden, brachten ook tienden der runderen en der schapen, en tienden der heilige dingen, die den HEERE, hun God, geheiligd waren, en maakten vele hopen.