2 Chronicles 33:9 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Het was de schuld van koning Manasse dat Juda en de bewoners van Jeruzalem ergere dingen gingen doen dan de volken die de Heer voor de Israëlieten had vernietigd.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Manasse liet Juda en de inwoners van Jeruzalem dwalen, zodat zij erger deden dan de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten weggevaagd had.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Manasse verleidde Juda en de inwoners van Jeruzalem ertoe, meer kwaad te doen dan de volken die de HERE vóór de Israëlieten had verdelgd.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar Manasses verleidde Juda en de bewoners van Jerusalem, om meer kwaad te bedrijven dan de volkeren, die Jahweh bij de komst der Israëlieten had uitgeroeid.
Dutch 2007 (HTB)
Maar Manasse moedigde de inwoners van Juda en Jeruzalem aan tot nog meer goddeloze daden dan de volken hadden gedaan, die de HERE destijds vernietigde toen Israël het land binnentrok.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Zo bracht Manasse Juda en de inwoners van Jeruzalem op een dwaalweg, waardoor ze nog ergere dingen deden dan de volken die de Heer*** voor de Israëlieten had vernietigd.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Manasse liet Juda en de inwoners van Jeruzalem dwalen, zodat zij meer kwaad deden dan de volken die de HEERE voor de ogen van de zonen van Israël vernietigd had.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar Manasse moedigde de inwoners van Juda en Jeruzalem aan tot nog meer goddeloze daden dan de volken hadden gedaan, die de Here destijds vernietigde toen Israël het land binnentrok.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdelgd had.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.