2 Chronicles 34:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen hij 18 jaar koning was gaf hij ook aan Safan, de zoon van Azalia, en de stadsoverste Maäseja en de minister-president Joha, de zoon van Joahaz, de opdracht om de tempel van zijn Heer God te repareren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
In het achttiende jaar van zijn regering, toen hij het land en het huis gereinigd had, stuurde hij Safan, de zoon van Azalia, en Maäseja, de leider van de stad, en Joah, de zoon van Joahaz, de kanselier, om het huis van de HEERE, zijn God, te herstellen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
In het achttiende jaar zijner regering, toen hij bezig was het land en de tempel te reinigen, zond hij Safan, de zoon van Asaljahu, en de stadsoverste Maäseja en de kanselier Joach, de zoon van Joachaz, om het huis van de HERE, zijn God, te herstellen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
In het achttiende jaar van zijn regering, toen hij het land en de tempel gezuiverd had, gaf hij Sjafan, den zoon van Asalj hoe, en den stadsoverste Maäsejáhoe en den kanselier Joach, den zoon van Joachaz, de opdracht, de tempel te herstellen van Jahweh, zijn God.
Dutch 2007 (HTB)
In zijn achttiende regeringsjaar, nadat hij in het land en in de tempel orde op zaken had gesteld, wees hij Safan, de zoon van Azalja, Maäseja, de bestuurder van Jeruzalem, en de kanselier Joah, de zoon van Joahaz, aan om de tempel te herstellen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
In het 18e jaar van zijn regering, toen hij het land en het huis gereinigd had, gaf hij Safan, de zoon van Azalia, stadscommandant Maäseja en kanselier Joah, de zoon van Joahaz, opdracht het huis van zijn Heer*** God te herstellen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
In het achttiende jaar van zijn regering, toen hij het land en het Huis gereinigd had, zond hij Safan, de zoon van Azalia, en Maäseja, de overste van de stad, en Joha, de zoon van Joahaz, de geschiedschrijver, om het Huis van de HEERE, zijn GOD, te herstellen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
In zijn achttiende regeringsjaar, nadat hij in het land en in de tempel orde op zaken had gesteld, wees hij Safan, de zoon van Azalja, Maäseja, de bestuurder van Jeruzalem, en de kanselier Joah, de zoon van Joahaz, aan om de tempel te herstellen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
In het achttiende jaar nu zijner regering, als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azália, en Maäséja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Jóahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.