2 Chronicles 36:19 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Babyloniërs staken de tempel van God in brand en braken de muur van Jeruzalem af. Ook de andere paleizen met alle overgebleven kostbaarheden staken ze in brand.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij verbrandden het huis van God, en braken de muur van Jeruzalem af. Ook alle paleizen van Jeruzalem verbrandden zij met vuur, zodat alle kostbare voorwerpen ervan te gronde werden gericht.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Zij verbrandden het huis Gods en braken de muur van Jeruzalem af; al zijn paleizen verbrandden zij met vuur en alle kostbaarheden vernietigden zij.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Zij lieten de tempel van God in vlammen opgaan, sloopten de muur van Jerusalem, en staken zijn paleizen in brand, zodat alle kostbaarheden verloren gingen.
Dutch 2007 (HTB)
Daarna brandden zijn troepen de tempel en alle paleizen van de stad plat, braken de stadsmuren af en verwoestten alle waardevolle stukken die nog in de stad waren achtergebleven.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Het huis van God werd in brand gestoken, de muur van Jeruzalem werd neergehaald en alle paleizen met de daarin achtergelaten kostbaarheden werden in brand gestoken.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij verbrandden het Huis van GOD en braken de muur van Jeruzalem af. Al zijn paleizen verbrandden zij met vuur en zij vernietigden alle kostbare voorwerpen ervan.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarna brandden zijn troepen de tempel en alle paleizen van de stad plat, braken de stadsmuren af en verwoestten alle waardevolle stukken die nog in de stad waren achtergebleven.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij verbrandden het huis Gods, en zij braken den muur van Jeruzalem af, en al de paleizen daarvan verbrandden zij met vuur, verdervende ook alle kostelijke vaten derzelve.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij verbrandden het huis Gods, en zij braken den muur van Jeruzalem af, en al de paleizen daarvan verbrandden zij met vuur, verdervende ook alle kostelijke vaten derzelve.