2 Corinthians 5:6 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Daarom zijn we altijd vol goede moed. Zolang we in dit lichaam wonen, wonen we niet bij de Heer.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen, uitwonend zijn van de Heere,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij, zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Here in den vreemde zijn
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Daarom houden we steeds goede moed, ook al weten we, dat zolang we inwonend zijn in het lichaam, we buitengesloten zijn van den Heer;
Dutch 2007 (HTB)
Wij houden dus de moed erin. Al beseffen we heel goed dat wij (zolang we in ons lichaam leven) nog ver van ons hemelse huis verwijderd zijn.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarom zijn we altijd vol goede moed, ook al weten we dat wij, zolang we hier in dit lichaam wonen, in den vreemde zijn en niet bij de Heer.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Omdat wij dus weten en er zeker van zijn, dat zolang wij in het lichaam verblijven, wij nog niet bij onze Heer zijn,
Dutch Frisian
Aulsoo send wie auletiet mootijch en weete, daut, soo lang wie emm Lief send, wie wiet wajch vom Harrn von Tüs send;
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Daarom zijn wij altijd vol goede moed, hoewel we beseffen dat zolang we in het lichaam wonen, we nog niet bij de Heer zijn.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Wij houden dus moed en beseffen heel goed dat wij nog ver van ons hemelse huis verwijderd zijn, zolang we in ons lichaam leven.
Dutch Reimer 2001
Aulsoo sent wie emma jetroost, dan wie weete daut soo lang aus wie enn dis Kjarpa sent, sent wie nich tus biem Herr;
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten, dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van den Heere;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten, dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van den Heere;