2 Corinthians 6:8 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ook door God te blijven dienen als we worden geprezen én als we worden uitgelachen, als er goed over ons wordt gesproken én als er kwaad over ons wordt gesproken. De mensen noemen ons bedriegers, maar we zijn te vertrouwen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als misleiders en toch waarachtigen;
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar;
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
In eer en in schande, In kwade en goede faam. Als bedriegers, toch zijn we oprecht;
Dutch 2007 (HTB)
Wij blijven de Here trouw, of anderen ons nu minachten of hoogachten, of ze ons nu prijzen of bekritiseren. Wij zijn eerlijk, al noemt men ons leugenaars.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
of we nu geprezen of beledigd worden, of er nu goed of kwaad van ons gesproken wordt. We worden als bedriegers bestempeld, maar we zijn betrouwbaar;
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
bij eer en oneer, bij kwaad gerucht en goed gerucht, als misleiders, en toch betrouwbaar,
Dutch Frisian
enn Ea en Schaund, enn beeset Noräde en goode Noräd, aus Vefeahra en doch Woahrhaufte;
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
terwijl we zowel goedkeuring als afkeuring ontvangen en men zowel goed als kwaad over ons spreekt. Wij worden behandeld als bedriegers hoewel we oprecht zijn,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Wij blijven de Here trouw, of anderen ons nu minachten of hoogachten, of ze ons nu prijzen of bekritiseren. Wij zijn eerlijk, al noemt men ons leugenaars.
Dutch Reimer 2001
derch Ea en Onnea, derch schlajchte oda goode Noraed, aus Fefeara en doch Woarheits Mana,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders, en nochtans waarachtigen;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders, en nochtans waarachtigen;