2 Kings 19:10 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze brachten hem een brief waarin stond: "Laat u niet bedriegen door uw God op wie u vertrouwt. Hij zegt wel dat Jeruzalem niet door de koning van Assur veroverd zal worden, maar dat is niet waar.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Dit moet u tegen Hizkia, de koning van Juda, zeggen: Laat uw God, op Wie u vertrouwt, u niet bedriegen door te zeggen: Jeruzalem zal niet in de hand van de koning van Assyrië gegeven worden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Zo zult gij zeggen tot Hizkia, de koning van Juda: Laat uw God, op wie gij vertrouwt, u niet bedriegen door te zeggen: Jeruzalem zal niet in de macht van de koning van Assur gegeven worden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Zegt dit aan Ezekias, den koning van Juda: Laat uw God, op wien gij vertrouwt, u niet bedriegen en zeggen: Jerusalem zal niet worden overgeleverd aan den assyrischen koning.
Dutch 2007 (HTB)
"Laat u niet misleiden door uw God, op Wie u vertrouwt. Geloof Hem maar niet als Hij zegt dat ik Jeruzalem niet zal innemen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Zeg tegen koning Hizkia van Juda: Laat u niet misleiden door uw God op wie u vertrouwt. Zeg maar niet: 'Jeruzalem zal de koning van Assur niet in handen vallen.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
“Zo moeten jullie tot Hizkia, de koning van Juda, spreken en zeggen: ‘Laat je GOD op wie je vertrouwt je niet bedriegen door te zeggen: Jeruzalem zal niet in handen van de koning van Assyrië gegeven worden!
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Laat u niet misleiden door uw God, op wie u vertrouwt. Geloof Hem maar niet als Hij zegt dat ik Jeruzalem niet zal innemen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zo zult gij spreken tot Hizkía, den koning van Juda, zeggende: Laat u uw God niet bedriegen, op welken gij vertrouwt, zeggende: Jeruzalem zal in de hand des konings van Assyrië niet gegeven worden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zo zult gij spreken tot Hizkia, den koning van Juda, zeggende: Laat u uw God niet bedriegen, op welken gij vertrouwt, zeggende: Jeruzalem zal in de hand des konings van Assyrie niet gegeven worden.